Kaasfondue uit Luzern


1 gehalveerd teentje knoflook

360 gr geraspte Gruyère

240 gr geraspte Alpenkaas (Sbrinz of Friese Kanter)

3 dl witte wijn

1 tl citroensap

3 afgestreken tl maïzena

1/2 dl Kirschwasser (1 glaasje)

2 el fijngehakte kruiden (dragon, citroenkruid, alsem)

2 ontvelde en ontpitte tomaten in brunoise (blokjes)

50 gr gedroogde en geweekte morilles (champignons)

boter

peper, nootmuskaat


Strijk een fonduepot (caquelon) in met het halve teentje knoflook.
Vermeng de geraspte kaassoorten goed en doe hem in de pan.
Roer de wijn, de maïzena en het citroensap door elkaar en meng het door de kaas.
Breng alles onder stevig roeren aan de kook.
Roer met een houten lepel in 8-vorm, zo wordt de kring onderbroken en
kan de kaas niet in draden trekken.

Voeg het Kirschwasser toe en breng verder op smaak met peper en nootmuskaat.
Laat zachtjes verder koken.
Laat de morilles ondertussen 5 minuten weken in koud water.
Laat ze uitlekken, snijd ze in stukjes en laat ze 10 minuten smoren in boter.
Roer de morilles samen met de stukjes tomaat en
de fijngehakte kruiden door de fondue en zet de fonduepot op een verwarmingselement op tafel.

Serveer met ± 250 gr stokbrood per persoon.

Tip: Is de fondue te dik, roer er dan een glaasje warme witte wijn door.
Is hij te dun, voeg dan al roerend een handvol gemalen kaas toe of dik de saus bij met maïzena,
aangelengd met witte wijn.

Klontert de gesmolten kaas, voeg dan wat citroensap of wijnazijn toe.