Traditionele kaasfondue


per persoon:

100 gr Gruyère

100 gr Emmentaler

100 gr Tilsitter (of Appenzeller)

1 glas droge witte (liefst Zwitserse) wijn


En verder:

enkele teentjes knoflook

1 borrelglas kirsch

versgemalen peper, nootmuskaat

(bij voorkeur oud) stokbrood

een gietijzeren of stenen fonduepan

een brander

(maïzena)

witte droge fruitige wijn om te drinken (drink bij kaasfondue nooit rode wijn)

 

Smeer de fonduepan in met een teentje knoflook en verwarm de wijn in deze pan.
Voeg de gemalen kaas toe en laat die onder voortdurend roeren smelten
(u moet veel en goed roeren om een homogene massa te krijgen, geduld, geduld, geduld).

De fondue mag niet koken, maar moet tegen de kook aan worden gehouden.
Voeg aan het eind de kirsch, nog wat knoflook uit de pers en
verse, grof gemalen peper en nootmuskaat toe.

Als de fondue iets te dun is, of als u bang bent dat hij weer gaat ontbinden,
kunt u wat maïzena gebruiken; die kunt u dan het best aanmaken met de kirsch.

Het stokbrood moet lekker knapperig zijn.
Daarom wordt in Zwitserland en Frankrijk oud brood aanbevolen.
Het Nederlandse stokbrood is meestal te klef en is, als het een dag oud is, niet knapperig maar taai.
Gesneden stokbrood even oppiepen in de oven levert meestal wel een redelijk resultaat.
Geef er gemengde sla, wat druiven en mandarijnpartjes bij.

Een alternatieve methode om kaasfondue te maken is met een roux.
Het voordeel is, dat u een homogeen mengsel krijgt,
dat minder gevoelig is voor temperatuurschommelingen.

Het nadeel is, dat het al snel een beetje melig smaakt en
dat het eigenlijk geen fondue is, maar saus.
Gebruik deze methode als veilige methode onder minder gunstige omstandigheden,
bijvoorbeeld tijdens kampeervakanties.